whoopy whoopy whoopy whoopy whoopy whoopy whoopy whoopy whoopy




Voer hier de te gebruiken draad lengte in meters in

Voer hier de gebruikte spanning in (12 of 24 volt)

Voer hier het vermogen van het aan te sluiten apparaat in



Bedradingsdikte/diameter berekenen voor gelijkstroom

In de praktijk komt het veel voor dat de bedrading op jachten verkeerd is gedemensioneerd. Dit is jammer en veroorzaakt veel ongemak. Ook kan te dunne bedrading heet worden en zo brand veroorzaken. Deze bovenstaande berekening is bedoeld als hulpmiddel om de bedrading juist te demensioneren.

INLEIDING
Op kleine jachten en kleine beroepsschepen wordt over het algemeen een boordspanning gebruikt van 12 Volt. De grotere schepen maken gebruik van een 24 Volts systeem.

De op de aanwezige motoren gemonteerde dynamo's zijn meestal afkomstig uit de autobranche. Als gevolg van de massa produktie zijn deze goedkoop. Deze dynamo's wekken een gelijkspanning op. Via een spanningsregelaar en de bedrading kan de energie worden opgeslagen in een accu.

Willen we bv. navigatie verlichting laten branden dan sluiten we deze aan op de accu. Er gaat een stroom lopen van de accu via een zekering, een schakelaar en de bedrading naar het lampje en via de bedrading weer terug naar de accu. We noemen dit een stroomkring.

De helderheid van het lampje wordt bepaald door:
* de spanning in de accu
* de dikte van de bedrading
* de lengte van de bedrading
* het materiaal van de bedrading
* de temperatuur
Naast de ladingstoestand van de accu is de bedrading bepalend voor het resultaat.

SOORT BEDRADING
Op een schip is alles continu in beweging. Dit houdt in dat ook de bedrading beweegt. De meeste bedrading is gemaakt van koper. Koper heeft de onhebbelijke eigenschap hard te worden door het te bewegen. Als het hard is geworden kan het makkelijk breken. Daarom moet de bedrading uit veel dunne draadjes bestaan. We noemen dit snoer. Met een massieve kern noemen we draad en met meer aders in een isolatie noemen we kabel. Deze termen zijn spraakgebruik en niet gestandariseerd. Er zijn folders waar ze alles kabels noemen...

Door het continue bewegen kan de isolatie gemakkelijk beschadigen. Gebruik daarom de draad met een dikkere isolatie die o.a. in auto's wordt gebruikt. Om het bewegen binnen de perken te houden moeten we de bedrading veelvuldig vastzetten met beugels of kabelbandjes.

Dunne bedrading is kwetsbaar en mechanisch niet erg sterk. Daarom het advies niet dunner te gaan dan 1.5 mm2.

SPANNING
De klemspanning van een volle accu is ongeveer 12.5 Volt. De stroom die een accu kan leveren is gelijkstroom en loopt in één richting.

De spanning thuis is ongeveer 230 Volt. De stroom die uit een stopcontact kan komen is wisselstroom (verandert periodiek van richting).

STROOMKRING
Sluiten we een lampje aan op een batterij dan hebben we een stroomkring gemaakt. De stroom kan vanuit de batterij door de bedrading, door het lampje en door de bedrading weer terug naar de batterij. Het lampje brand als de stroomkring gesloten is.

STROOM De spanning van de batterij zorgt ervoor dat er een stroom gaat lopen door de stroomkring. De stroom wordt uitgedrukt in Ampere

WEERSTAND
Het lampje en de bedrading hebben beide invloed op de stroom die door de stroomkring loopt. Een kleine lamp en een lange dunne bedrading zorgen ervoor dat er een lage stroom loopt. Een dikke bedrading laat de electriciteit (electronen) gemakkelijker passeren. Er kan veel stroom door. De weerstand wordt uitgedrukt in Ohm.

WARMTE ONTWIKKELING
Wanneer stroom door een geleider stroomt, wordt er warmte ontwikkeld. Een enkele ader wordt beter gekoeld dan 2 of meer aders in een mantel. Daarom moet de maximale stroom lager zijn. Aanvaardbaar is een maximale temperatuur van 60 graden Celcius bij een omgevingstemperatuur van 45 graden Celcius.

SPANNINGSVAL Met een Voltmeter kunnen we de spanning meten die over de accu staat. Evenzo kunnen we de spanning meten die over het lampje staat. Het verschil in spanning tussen de accu en het lampje noemen we de spanningsval. Bij een dunne bedrading zal er veel spanning verloren gaan in de bedrading. De volgende waarden zijn aanvaardbaar:
2% Acculaders
4% Startmotoren
5% Navigatie verlichting
7% Andere gebruikers


FORMULES
Spanning = Stroomsterkte x Weerstand
Volt = Ampere x Ohm
U = I x R

Vermogen = Spanning x Stroomsterkte
Watt = Volt x Ampere
P = U x I

Draadoppervlak in mm2 = 2 x Afstand x Stroomsterkte x koperfactor(0.0175): maximaal spanningsverlies in Volt


ZEKERING
Er zijn twee standaarden: IEC wordt in Europa gebruikt en UL (Under Writers Ltd), wat in de VS gebruikt wordt.

De IEC norm kan direkt 1 op 1 gebruikt worden, dat wil zeggen de stroom van de zekering is gelijk aan de nominale stroom. Dit blijf voor een theoretisch lange tijd heel.

De UL norm moet met 1.4 vermenigvuldigd worden om gelijk te zijn aan de IEC norm, anders houdt hij het maar 4 uur uit. Dat wil zeggen de opgegeven waarde van de stroom moet met 1.4 vermenigvuldigd worden dan de nominale stroom die gezekerd moet worden.

Bij inductieve belastingen (spoelen, motoren en dergelijke) moet de waarde wel eens groter gekozen worden daar de inschakelpiek veel hoger is dan bij een ohmse belasting.

SOORTEN ZEKERINGEN
Bij het kiezen van de zekering moet er opgelet worden of de zekering bij aanspreken een open vlam geeft. Aan boord vinden we een open vlam niet zo geweldig. Berucht zijn de autozekering met een uitwendige smeltdraad. Veel beter zijn de glaszekeringen en dan bij voorkeur met een zandvulling. Zekeringen met een openvlam monteren in een waterdichte (gasdichte) kast of doos (Plexodoos).
De voorkeur gaat uit naar automatische zekeringen die Installatie Automaten worden genoemd. Er zijn zeer veel fabrikaten. De automaten hebben ook een thermische beveiliging die meestal aanspreekt tussen 1,13 a 1,45 maal de nominale stroom. Verkijgbaar in een 1 en meerpolige uitvoering.

   
© 2017 - All rights reserved - Wibbo webdesign